Vakwerk

Hoe zij hiernaast 
zo zonder strijd
al wat vastzit losvijst
deuren uit de hengsels hijst
gaten vult met kurk

ze slist en schuurt 
plamuurt
opent verfpotten met een mes
rolt en strijkt 

en kijkt 
en vindt het goed

Terwijl ik hierbinnen 
mijn vingers strek 
het potlood slijp 
strepen trek
en vloek en gom 
en grom en wrijf

en dat het weer niet 
dat het nooit
en dat ik schrijf
omdat

omdat ik begot
geen deuren schilderen kan

Overkant

Waar ik woon
hebben alle huizen daken.

Jij bent al jaren ergens anders.
Tussen ons is het water diep.

Ik denk wel eens: ik wil naar je toe.
Het lijkt me zonnig daar en stil.

Ik zoek een boot en roei, of ik ga zwemmen.
En ben ik moe, ik laat me drijven op mijn rug.

Maar nog vaker denk ik: kom nu terug.

Geliefd

Vanmorgen kreeg ik een geluidbericht.
Een vrouwenstem zei:
Mon amour!

En dat het buitenlicht was blijven branden.
Vergeet niet om het uit te doen.

Het eindigde met:
Je t’aime! Je t’aime! Je t’aime!
Zo zot verliefd, zo blij

dat ik bijna het hart niet had
om de vergissing recht te zetten.

Ik deed het toch en voel mij al
een hele dag geliefd. 

IJsbloemen

Vroeger hadden de huizen dunne ruiten.
’s Winters groeiden er bloemen op het glas.
Ze waren met geen warme hand
geen vingernagel weg te krijgen.

Buiten was het gras wit en stijf.
Het kraakte onder koude voeten. 
Op weg naar de grote school 
verlangde ik naar later.

Nu is het later en verlang ik 
naar een huis met varens op de ramen 
en daarbinnen murmelende stemmen 
en gestalten die verdwenen zijn. 

Op mijn blog Het geluk van de schrijver post ik dit voorjaar een reeks eenvoudige poëzieopdrachten. Dit is de eerste opdracht: Schrijf een kort gedicht over ‘vroeger’. Wie doet mee?

Vespers

Achter het raam
schijnt een oranje zon
en blauwe en bleke lichtjes.

Ver weg iets dat zuigt
of blaast, een tuig.

In de kapel het volk dat zwijgt
en op een hand te tellen is.

De dag blijft grijs
de muren koud
het nieuws oud.

Tot de zusters zingen.
Ze zingen met ranke stemmen.

Als ze zingen
kleuren alle dingen warm.

Kapel van de Arme Klaren in Oostende

Top honderd

Met deze gedichten haalde ik de top honderd van de Gedichtenwedstrijd.
Ruth Lasters won de wedstrijd met het gedicht Abrikozen.

Fietsen in de stad

Hoe is het met je vader?
roept Rita vanaf de overkant.

Voor haar springt het licht
op rood, voor mij op groen.

Hij is dood, roep ik terug
en trap zo hard ik kan. 
Buurman

Hoe is het met je moeder, vraagt mijnheer Y.
Ze is overleden, zeg ik, nu bijna drie jaar geleden.

De verbazing van een honderdjarige.
Zijn handen omklemmen het hek tussen ons.

De tijd gaat snel, vergoelijk ik.
Voor jou ook? vraagt hij.

Aan zijn vingers glanst bloed in de najaarszon.

Bent u aan het slachten? vraag ik.
Duifjes, zegt hij, we hebben er te veel. 

Hij haast zich moeizaam naar het tuinhuis 
komt terug met lichtjes in de ogen.

Uit beleefdheid neem ik het lauwe lijfje aan.
Het past precies in mijn hand.

Vlak voor het ontwaken

Werd op het perron mijn naam afgeroepen.

Hier ben ik, zeg ik, en ik stap op.
Ik krijg een kaartje en ga zitten.

Is dit een bus of een tram? 
Het rijdt als een kamer door de nacht.

Iemand vraagt of hij voor mag dragen.
Natuurlijk, zeg ik, kom dichter, ik luister.

Hij leest in klankmaat, korrel in de keel, 
de reizigers knippen met de vingers.

Nu ben ik weer de woorden kwijt, als altijd 
verdwijnt de tekst, dan het beeld. 

Online poëzie-atelier: Samen dichten

Samen dichten werkt. Ik heb het al een paar keer mogen meemaken. Samen even alles vergeten en focussen op woorden, klank, ritme en betekenis, het is een wonderlijk spel.

Woensdag 9 februari en woensdag 23 februari doen we het nog een keer: aan de hand van associatie-opdrachten komen we tot een aanzet van een gedicht. Die aanzet of de eerste ‘slechte’ versie van het gedicht mag twee weken rijpen. Tijdens de tweede sessie onderzoeken we technieken om tot een betere versie te komen.

We werken samen in Zoom, van 19.30u tot 21.00u. De groep bestaat uit maximum 6 deelnemers, er is nog plaats.

Als je zin hebt om mee te doen, laat dan een reactie hieronder of stuur mij een e-mail via mijn website.

Wij zouden naar Japan gaan

In een andere eeuw en in de furie 
van het verliefd worden 
maakten we dure plannen.
 
Deze dagen begaan Japanse ouderen 
lichte vergrijpen zoals winkeldiefstal
in de hoop gevangen te worden gezet. 
Ze verkiezen de schone cellen 
en de regelmaat binnen de muren
boven een arm en eenzaam leven.
 
Als er nu geen pandemie was
zou ik naar Japan reizen
en er kleine misdaden plegen.
Opgesloten zou ik regelmatig leven
en gedichten schrijven 
over vervallen dromen.