Hier is weer een dag

Hier is weer een dag
Waarin een plan
Een plan blijft

De rit is lang
Het wachten in kamers en zalen
Eindeloos

Heel even denk ik dat je uit mijn armen glijdt
Maar kijk daar ben je weer
Alsof het leven
Gewoon leven is

De rit is lang
Het thuiszijn kort

***

Deze rit lijkt langer nog
Het wachten
Het innerlijk vloeken stampen
Niet mogen binnengaan
Niet om je hand vast te houden

Maar kijk daar lig je weer
Te stralen

De rit is lang
De nacht is kort
Jouw sterren
Neem ik mee naar bed

Advertenties

Met vier aan tafel

Aan haar eikenhouten tafel
Drinken wij voor het eerst
Wijn uit kleine glazen

Hij heeft blauwe ogen en lang sluik haar
Gegroefd gezicht en rijk
Te mooi om goed te zijn

Zij heeft bruine ogen en sterke schouders
Rad van tong
Jong en vol plannen

Hij heeft donkere ogen en is grijs
Voor zijn jaren
Te wijs om waar te zijn

Ik snijd mijn perziktaart
In ongelijke stukken
En neem het kleinste part

Iemand likt het bord af
Die zal het zijn

 

 

(Voor wie interesse heeft in het schrijfproces, hier vind je een tekst over feedback bij dit gedicht.)

Het bericht

Het komt als een ongevraagd pakje
Dat ik meteen weg wil doen

Maar dan blijf ik misschien denken
Dat het bij het vuilnis ligt

Zou ik het verbranden?
En de as en de brandgeur dan?

Ik zet het in het licht
Voor mij op de tafel

Ik doe het open
Strijk de papiervouwen glad

Na lang genoeg kijken
Berg ik het weg op een plank

Daar blijft het staan
Tussen de gelezen boeken
Totdat het geen belang meer heeft

Hoed en schoenen

Op een dag als vandaag
Denk ik aan je bruine hoed
En aan je oude schoenen
Aan dat lichtgroene hemd
Dat je zo goed stond

Ik probeer me het weefsel
Van je tweed jasje te herinneren
En dan krijg ik spijt
Van alles wat ik heb weggedaan

Ik zou je kleren willen terugvragen
Aan wie ik ze gegeven heb

Van alles zou ik een stuk op het bed leggen
Het groene hemd
De grijze broek
Een paar donkere sokken
Het grof geweven jasje ernaast
De hoed op het kussen
En de schoenen aan het voeteneinde

Dan zou ik wachten tot jij daarin kwam

Personages

Ze staan met z’n drieën aan mijn bed:
de baardman, zijn bleke vrouw
en de Spaanse bakkersdochter.

Ze zijn groot en levend en spreken.
Laten we verder gaan.
Jij wilt een verhaal,
maar wij willen meer.

Ik draai me om,
trek het laken over mijn hoofd,
maar de Spaanse laat niet af.

Ze loopt rond het bed heen,
legt zich neer,
haar hoofd op het kussen naast mij.
Ze geeft warmte af en ze ruikt naar deeg.

Ik ben de steenhouwer, zegt ze,
de steenhouwer, waar jij al zolang van droomt.

Maar je leeft in de verkeerde eeuw!
zeg ik, nu wakker en geschrokken.

Doet er niet toe, zegt ze.
Ik ben de steenhouwer,
en laten we nu verder gaan.