IJsbloemen

Vroeger hadden de huizen dunne ruiten.
’s Winters groeiden er bloemen op het glas.
Ze waren met geen warme hand
geen vingernagel weg te krijgen.

Buiten was het gras wit en stijf.
Het kraakte onder koude voeten. 
Op weg naar de grote school 
verlangde ik naar later.

Nu is het later en verlang ik 
naar een huis met varens op de ramen 
en daarbinnen murmelende stemmen 
en gestalten die verdwenen zijn. 

Op mijn blog Het geluk van de schrijver post ik dit voorjaar een reeks eenvoudige poëzieopdrachten. Dit is de eerste opdracht: Schrijf een kort gedicht over ‘vroeger’. Wie doet mee?

Weggaan

Terugkeren op mijn stappen
De trappen op
Naar de stationshal

Je zoeken en -o wonder- je vinden
Je kussen
Met je fiets tussen ons in

Onder de vroege wijzers
Niet ten afscheid
Maar ter weerzien

Laten we kussen
Laten we kussen

Laten we de natte straat op gaan
De rennende mensen doen wijken

Laten we haasten
Laten we haasten

Over het smalle voetpad
Langs de lachende soldaten

De lange trap op
Hijgend in je kamers
0p adem komen
Onze jassen uitdoen

Gaan kijken
Hoe we in jouw bed liggen te slapen
Van geen weggaan bewust

En willen dat we daar nog waren