Top honderd

Met deze gedichten haalde ik de top honderd van de Gedichtenwedstrijd.
Ruth Lasters won de wedstrijd met het gedicht Abrikozen.

Fietsen in de stad

Hoe is het met je vader?
roept Rita vanaf de overkant.

Voor haar springt het licht
op rood, voor mij op groen.

Hij is dood, roep ik terug
en trap zo hard ik kan. 
Buurman

Hoe is het met je moeder, vraagt mijnheer Y.
Ze is overleden, zeg ik, nu bijna drie jaar geleden.

De verbazing van een honderdjarige.
Zijn handen omklemmen het hek tussen ons.

De tijd gaat snel, vergoelijk ik.
Voor jou ook? vraagt hij.

Aan zijn vingers glanst bloed in de najaarszon.

Bent u aan het slachten? vraag ik.
Duifjes, zegt hij, we hebben er te veel. 

Hij haast zich moeizaam naar het tuinhuis 
komt terug met lichtjes in de ogen.

Uit beleefdheid neem ik het lauwe lijfje aan.
Het past precies in mijn hand.

Muren vallen soms

Het is zo lang geleden dat
Sommige mensen niet dood waren
Toen de muur viel
Stof en brokken makend

Jij stond erbij en keek ernaar
Je raapte een stuk op
Later in een huis vertelde je
Wat je zag

We hoorden
De opgewonden stemmen
Het ploffen van kurken
Het schuimen van Sekt

Zagen de rode wangen
De ogen vol ongeloof
De mensen in alle staten

Wij waren ook in een staat
Van vreugde en verwachting
Dat er iets veranderd was
En wij kinderen zouden krijgen

Zo stonden we in de kamer
Onze handen verstrengeld
Onze hoofden naast elkaar
Luisterend in een hoorn

Het is zo lang geleden dat
De telefoon geen luidspreker had
Maar jij sprak luid genoeg
Om nooit te vergeten

Laat ik vijfentwintig jaar
Snel verder spoelen
Geluk verdriet rouw spijt
Van alles wat

De muur vandaag
Een lange rij lichtjes

Het gaat niet beter
Met de wereld
Wij is weg
En jij belt nooit meer

9 november 2014