Winter in het hart

Sneeuw op sinaasappelbomen en op palmen
sneeuw die de takken van de mimosa breekt
net nu hij op het punt stond te bloeien
het komt zelden voor
maar jij zegt er niets van

Die verre blik in je grijze ogen
waar hang je rond, vraag ik me af
in de groene weiden van je kindertijd?
in de zandvlakte van je huwelijksjaren?
in het besneeuwde landschap van dokter Zhivago?

Of droom je soms nog van Julio Iglesias
nu je het hebt opgegeven
om in gesprek te gaan met de man 
die sprekend op Robert Redford lijkt
en jouw nachten en dagen deelt?

Hij die nooit een luisteraar was
klaagt nu als eerste 
over jouw zwijgen

 

(Vertaling van het gedicht Winter of the heart van Elisabeth Khan)

‘Zin’ getipt op Azertyfactor

Annemieke Dannenberg tipte mijn gedicht ‘Zin’ op azertyfactor.be

Dit gedicht gaat over Elisa Rojas, een advocate aan de balie van Parijs, die opkomt voor vrouwenrechten en voor de rechten van mensen met een beperking. Ze heeft zelf een zware beperking en schreef een boek over haar verliefdheid op een valide man.

De volledige tekst van de bespreking staat hier.

Wie meer wil weten over Elisa Rojas kan hiermee beginnen:

… of dit interview beluisteren of lezen.

Hop, c’est parti

Op een dag hoor je de hop
helder en dichterbij dan ooit

hoppoppop hoppoppop

je speurt in de vijgenboom
en je merkt de jonge knoppen

je kijkt in de ceder
en je vindt een appelvink

hoppoppop hoppoppop

de hop laat zich niet zien
een briesje laat zich voelen

de paardenbloemen staan in bloei
wat zijn de brandnetels gegroeid

hoppoppop hoppoppop

je loopt langs een haag van boomheide
en wordt dronken van haar geur

je verbaast je over de naaktheid 
van de meeldraden in de perenbloesem

hoppoppop hoppoppop

je gaat naar binnen, opent het raam van de slaapkamer
en zet het klem

laat de warme nachten nu maar komen
hoppoppop, c’est parti

Photo by Hans Veth on Unsplash

Maak plaats

geef dit gevoel een stoel
vraag het aan tafel

laat het spreken of zwijgen
geef het een pen en een schrift

kijk samen door het raam
naar de mezen en het zwartkopje

en heb je de specht al gezien?
heb je gezien hoe gedreven?

geef dit gevoel waar het om vraagt
een stoel en een tafel

potlood en papier
teken een vogel

en laat haar naar buiten 
vliegen, weg van hier

(Bewerking van een eerder gedicht, met dank aan Kathleen om me aan dit gedicht te herinneren.)

Zin

heeft het leven zin?
vraagt de radio aan Elisa Rojas
nee, zegt ze
het leven heeft geen enkele zin

wij hebben op aarde 
alleen maar tijd door te brengen 
met wat ons werd toebedeeld

zegt zij, advocate-activiste, poserend 
in een klein lichaam
en in rolstoel 
op de cover van Marie Claire

ze schreef een boek 
over verliefd worden 
op een man met benen

wie een zin wil, zegt ze
moet er maar een zoeken
of een maken

zelf vond ik er geen 
wel woorden, meer dan één 
ik stopte ze in dit gedicht 

het schrijven, het schikken
en het schrappen
brachten helder licht 
in mijn verwende leven 


Voorjaarsstorm



hier hebben alle huizen kieren
en lekken de daken 
vandaag regent het gelukkig niet

emmers tuimelen door de straten
takken tollen rond de kerk
de kerselaar lost bloesem
in de moestuin verbleken de zaailingen 

vanmorgen braken drie ooien uit 
een kip is vermist en een vos gezien
in de nacht klonk een schot
de kat komt niet onder het bed vandaan

de mensen schuilen in keukens en auto’s
klampen zich vast aan seizoenen 
roepen de naam van de maand aan 
en het getal van de dag

de druivelaar huilt pegels
laat ons bidden want
de houtstapel slinkt














 
















 


Verleid

Dat jij in dit dorp geboren bent
waar ik een vreemdeling was
dat jij hier jaren dwaalde
en op drempels woonde 

dat je nooit ergens binnen mocht
je was berucht om je vijandigheid
dat ik bang van je was en je meed
dat ik gezworen had: nooit meer

je had een plan
je zwierf rond het huis
nam de tuin in 
daarna het terras

dat ik je binnenliet
eerst in de keuken
dat ik je voedde en verzorgde 
en je een bed gaf, beneden

later boven
het is niet te geloven
dat ik nu met een jongen slaap
die zich ’s ochtends omstandig uitrekt 
en spint

Ik heb een den gekust

haar schors ruw tegen mijn lippen
rook naar hars en smaakte zoet
het voelde vreemd en meteen goed

de andere bomen keken toe
verrukt heb ik ook hen 
een kus gegeven

en alle bomen op mijn weg 
de essen en de eiken
zelfs de acacia’s en een enkele cipres

bij de ingang van het dorp 
hield ik me in 

de pruimelaar, nochtans in bloei
heb ik alleen maar vluchtig aangeraakt

en nu, hier in mijn warme bed 
denk ik aan haar, mijn ranke den
daar in dat koele bos

en weet ik dat ik terugga 
morgen al, zo gauw de zon op is

of men mij ziet of niet
ik ben van schroom verlost

Reizen

hoe lang is dit heden en hoe gespleten
dat we wennen aan het wachten
op een vliegtuig of een trein

geen uren meer maar maanden
jaren in een uitgerekte tijd

waarin een scherm het venster is
en ik nooit meer in jouw kamers kom
maar wel bij iedereen in huis

Zeilen

Wanneer ik niet aan het waken ben
Over de hele wereld
 
Slaap ik als een zeiler
In rusteloze pozen
 
Want werkelijk
Waar varen we naartoe? 
 
Overdag leg ik mijn oor 
Te luisteren op het dek
 
Of spied ik verontrust
Naar dansers op het strand
 
Maar kijk, de avond valt 
Op het vermoeide land
 
Een melkmaan verschijnt
En wel vijf miljoen sterren
 
Dan weet ik weer 
Hoe klein wij zijn
 
Kleiner dan noordzeegarnalen
Kleiner dan oceaanplankton
 
Dan wil ik toch het tij vertrouwen
Mij laten drijven na het wenden
 
Om te slapen als een walrus
Of een zeehond in Oostende